Geschreven door Rudolf van Daelen
29 jul •

Onlangs stond ik wat te kletsen in een fotozaak met de fotograaf van dienst. We werden onderbroken door een verkoper. Een klant stond in dubio, vroeg zich af welke van de twee camera's hij voor zijn vriendin moest kopen. Beide lagen rond de tien megapixel en waren sterk vergelijkbaar terwijl een andere camera, iets verderop in de vitrine, maar liefst twaalf megapixel telde. De fotograaf en ik bemoeiden ons er vrolijk mee, hij een Nikon-fan, ik een Canon-liefhebber. Na een kwartiertje inpraten verliet de man de winkel, nu helemaal niet meer wetend wat te kiezen.
Pseudoargumenten
Ik kom vaak mensen tegen met de vreemdste koopargumenten. Zo hoorde ik een jong stel eens stevig discussiëren over de kleur van de camera als van doorslaggevend belang. Ze gingen uiteindelijk voor de roze-rode compactcamera. Ik kon een lach niet onderdrukken. Natuurlijk is de kleur van een camera bijzaak, maar fabrikanten proberen ons met allerlei pseudoargumenten camera's aan te smeren.
Pixelrace
Denk maar eens aan de 'pixelrace' waar je als consument aan bloot staat. Steeds meer megapixels, steeds grotere foto's. Er is bijna niemand die zijn foto's standaard op posterformaat afdrukt en ondertussen moeten de geheugenkaartjes steeds groter worden om de opnames van negen, twaalf en nog meer megabytes per foto weg te kunnen schrijven. Ik heb niets tegen grote, scherpe foto's, want de tijd dat de camera's twee megapixel telden, hebben we gelukkig gehad, maar pixels als koopargument is klinkklare nonsens. Helemaal bij compactcamera's die immers een veel kleiner oppervlak hebben waar steeds meer en meer pixels op geperst moeten worden. Toenemende beeldruis en algoritmes om die te onderdrukken zijn het gevolg. Juist tegen die algoritmes heb ik wat: je hebt er geen controle over. Voor een consument is volgens mij zo'n zeven tot acht megapixel meer dan genoeg; laat de rest maar over aan de early adopters en kapitaalkrachtigen.
Beeldstabilisatie*Een verkoopargument dat je de laatste tijd vaker ziet opduiken is de ingebouwde beeldstabilisatie. Fotografen deden het jaren zonder en leverden desondanks haarscherpe foto's af. Volgens mij hangt de ontwikkeling van de beeldstabilisatie nauw samen met de trend: almaar kleiner wordende spiegelreflex- en compactcamera's. Met de invoering van, wat de fabrikanten trots aankondigen als ultieme gadget, Live View neemt de stabiliteit alleen maar af. Zagen we eerder alleen compactcameragebruikers, de armen licht gebogen, naar het schermpje turen, nu zullen meer en meer spiegelreflexgebruikers hetzelfde doen. Met minder stabiliteit als gevolg tijdens het fotograferen. Een camera moet je met beide handen goed vasthouden. De linker ondersteunt het camerahuis met objectief, de rechter ligt om de greep met de wijsvinger in de 'aanslag'. De stabiliteit is nog te vergroten met een derde steunpunt, het voorhoofd, tenminste als je wilt zien wat je opneemt. Daarvoor dient de zoeker. Dat staat in alle handleidingen behalve in die van de compactcamera's omdat daaraan meestal de zoeker ontbreekt.
ZoomfactorEen andere factor die de stabiliteit nadelig beïnvloedt is het overdreven inzoomen. Vooral op compactcamera's kom je zoomfactoren tegen, vergelijkbaar met een objectief van honderden millimeters. Men 'vergeet' te vertellen dat de sluitersnelheid minimaal gelijk moet zijn aan de lengte van het zoomobjectief. Correcter gezegd: moet minimaal gelijk zijn aan de brandpuntsafstand van het objectief. Een zoom van 200 mm moet dus minimaal een sluitersnelheid hebben van 1/200 seconde; 1/250 is dus ook goed. Alleen op die manier maak je een kans bewegingsonscherpte te ondervangen.
Gewicht en gadgetsHoe zwaarder, hoe stabieler. De camera waar ik het meest mee werk, weegt in volle uitrusting ruim twee kilo; in draagbaarder vorm toch nog anderhalve kilo.
Het liefst koop ik het voorlaatste model van een camera. Ten eerste omdat oudere modellen vaak aanzienlijk in prijs worden verlaagd.
Verder ontbreken dan allerlei gadgets die alleen de prijs maar opdrijven.
* Over stilhouden van een camera kijk
hier.